30 augustus 2011TV-kijken ouders heeft invloed op onderwijsprestaties van kinderen
Na correctie voor factoren zoals de opleiding van de ouders, het beroep van de ouders, de gezinssituatie, blijkt mediaopvoeding een invloedrijke factor op het onderwijssucces, zo blijkt uit onderzoek van sociologe Natascha Notten. Kinderen wier ouders meer dan 2 tot 3 uur per dag tv-kijken en vooral naar amusementsprogramma’s, doen het op de lange termijn minder goed in het onderwijs dan vergelijkbare kinderen waar thuis minder tv gekeken wordt. Kinderen aan wie veel voorgelezen wordt, doen het beter.
Mediaopvoeding kan volgens Notten uiteindelijk het verschil uitmaken tussen of iemand kan starten op een hbo of op de universiteit. Bovendien bleken kinderen die hun ouders’ voorbeeld volgden en veel tv keken – niet geheel onverwacht - later in het leven gemiddeld een hoger body-mass-index te hebben.
Ouders die denken dat het niet zo erg is als zij hele avonden voor de buis hangen, terwijl hun kinderen slapen en dat het niet uitmaakt wat zij kijken hebben ongelijk volgens Notten. Ten eerste kijken ouders zelden alleen als de kinderen het niet merken, ten tweede blijkt dat het er niet alleen toe doet wat ouders als regel hanteren, maar dat ze in hun gedrag ook een houding overdragen die hun kinderen overnemen.
TV-kijken is echter niet altijd slecht voor kinderen: tv-programma's kunnen leerzaam zijn en de taalvaardigheid bevorderen. Maar volgens Notten doet één tv in een gezin het onderwijssucces toenemen, terwijl een extra tv in de kinderkamer kan betekenen dat het kind minder leest en minder tijd besteedt aan huiswerk.
Mediaopvoeding doet er dus toe, al vanaf jonge leeftijd en voor de heel lange termijn. Ouders moeten zich daarvan bewust zijn, zodat ze er naar kunnen handelen. “Wat stimuleer je, wat ontmoedig je? Daarmee geef je je kind echt iets mee voor het leven”, aldus Notten.
Radboud Universiteit Nijmegen
|