13 september 2011Iedere informatiebron zijn eigen publiek
Patiënten met kanker gebruiken verschillende informatiebronnen als zij beginnen met chemotherapie. Daarbij wordt informatie van het ziekenhuis, brochures en internet het meest betrouwbaar gevonden. Maar de verschillende informatiebronnen worden gebruikt door verschillende groepen patiënten, zo blijkt uit onderzoek door de Universiteit van Amsterdam, het NIVEL en de Universiteit van Sydney, gepubliceerde in Psycho-Oncology.
Ouderen prefereren de informatie van het ziekenhuis, terwijl jongeren, mensen met een hogere opleiding en mensen voor wie het zoeken naar informatie een manier is om met de stress van de ziekte en de behandeling om te gaan, meer informatie op internet zoeken. Ook raadplegen zij meer aanvullende folders en brochures.
In het persoonlijke contact zijn de medisch specialist, de verpleegkundige en familie of vrienden de meest gebruikte bronnen, onafhankelijk van de leeftijd of opleiding van de patiënt. Mensen die na afloop van het voorlichtingsgesprek met de verpleegkundige nog vragen hebben over de behandeling en de prognose, slaan vaker de Behandelwijzer Chemotherapie na die bij het gesprek is verstrekt.
Patiënten blijken verschillende informatiebronnen te gebruiken vanuit een verschillende behoefte aan informatie. En hoe betrouwbaarder ze een informatiebron vinden, hoe vaker ze die gebruiken. Iedere informatiebron biedt specifieke mogelijkheden voor informatie op maat. Onderzoeker Linda Muusses: “Als je alleen nog informatie via internet zou aanbieden, bereik je niet de mensen die het meest vertrouwen op brochures. We moeten daarom verschillende bronnen blijven aanbieden. Ze hebben allemaal hun functie. Iedere informatiebron bedient zijn eigen publiek. Voor een aantal mensen werkt aanvullende informatie ook geruststellend.”
NIVEL
|