30 mei 2011Omgaan met kennis over genetische aanleg voor diabetes of hart- en vaatziekten
Door de ontwikkelingen op het gebied van medische screeningstechnologie en genetische informatie, gebaseerd op DNA-tests of familiegeschiedenis, worden mensen in toenemende mate geconfronteerd met nieuwe informatie over allerlei mogelijke gezondheidsrisico’s. Of en in welke mate mensen baat hebben van deze ontwikkelingen, hangt onder meer af van de wijze waarop mensen zichzelf zien in relatie tot genetische en andere risico’s. Hoe mensen over hun risico denken, heeft invloed op wat ze doen om het risico te verminderen. Aanbevelingen voor preventief gedrag worden bijvoorbeeld eerder opgevolgd wanneer ze goed passen bij de ideeën over het risico.
Sociaal psycholoog Liesbeth Claassen onderzocht hoe mensen hun risico op diabetes en hart- en vaatziekten ervaren en er mee omgaan.
Claassen vond dat de vrees van sommige zorgverleners dat genetische risico informatie aanleiding geeft tot fatalistische reacties ongegrond is. Mensen met een familiale belasting van diabetes en hart- en vaatziekten ervaren weliswaar een hoger risico dan mensen zonder familiegeschiedenis, maar zien in een gezonde leefstijl een even goede manier om het risico te verlagen. Bovendien zeggen ze vaker een gezondere leefstijl te hebben dan mensen zonder familiegeschiedenis. Informatie over een familiair risico op ziekte werkt blijkbaar motiverend. Ook bleek dat de meeste mensen wel weten wat de belangrijkste oorzaken en risicofactoren van diabetes en hart- en vaatziekten zijn, maar het hebben van een risicofactor (b.v. overgewicht) vaak niet zien als een verhoogd risico voor zichzelf. Zorgverleners zouden het begrip van het persoonlijke risico kunnen verbeteren door duidelijker te zijn over de invloed van persoonlijke risicofactoren op het ontstaan van ziekten.
Vrije Universiteit Amsterdam
|