22 november 2011Eten, drinken en internetten!
Internet maakt structureel onderdeel uit van het dagelijkse leven van de meeste Nederlanders. Internet wordt vooral nog gebruikt als informatiebron, maar in toenemende mate ook ter vermaak, interactieve communicatie en online transacties.
Niet iedereen profiteert echter evenveel van internet. De onderzoekers, zien internet uitgroeien tot "een eerste levensbehoefte vergelijkbaar met eten en drinken", maar waarschuwen voor een gebruikerskloof tussen hoog- en laagopgeleiden.
Dit blijkt uit het Trendrapport 'Computer- en Internetgebruik 2011' van de Universiteit Twente in opdracht van Digivaardig & Digibewust, een samenwerkingsverband tussen bedrijfsleven, overheid en maatschappelijke organisaties om het aantal mensen dat niet of nauwelijks digitale vaardigheden heeft terug te brengen en om verantwoord en veilig gebruik van digitale middelen te stimuleren.
Zo zoekt bijvoorbeeld 33% van de jongeren op internet informatie over een medische kwaal, tegenover 22% van de 55-plussers, terwijl die daar mogelijk juist meer baat bij zouden kunnen hebben.
Verder betekent het feit dat minder dan 10% van de bevolking internet niet gebruikt niet gelijk dat in Nederland digitaal analfabetisme snel tot het verleden behoort. Behalve de harde kern niet-gebruikers is er een groep van 20 tot 25% die internet slechts sporadisch gebruikt, bijvoorbeeld om de e-mail te checken of gericht, kortstondig informatie te zoeken. Omdat de samenleving in hoog tempo digitaliseert dreigen deze mensen af te haken en verstoken te blijven van relevante (overheids)informatie, voordelen en ontwikkelmogelijkheden.
Nederland neemt na IJsland de tweede plaats op de Europese ranglijst in als het gaat om het huishoudens met een internetaansluiting: in 91% van de Nederlandse huishoudens is minimaal één PC of laptop met internetaansluiting te vinden. Van de gebruikers is 84% iedere dag vanuit huis online versus 14% wekelijks. In 2011 bedroeg het internetgebruik gemiddeld 3 uur en 6 minuten, een toename van 24 minuten per dag. Daarbij zijn studenten met 3 uur en 54 minuten per dag koploper, gevolgd door arbeidsongeschikten en werklozen die vooral veel 'tijdrovende internettoepassingen' gebruiken zoals het spelen van online games, chatten of het kijken naar online video's op Youtube.
Sociale media worden steeds populairder, met name bij vrouwen; 59% van 16- tot 35-jarigen gebruikt sociale media zelfs dagelijks.
Nederlanders blijken echter onzorgvuldig om te gaan met de veiligheid/beveiliging van internetgebruik. In vergelijking met 2010 werden in 2011 zelfs minder virusscanners, firewalls, spamfilters, pop-up blokkeringen en anti-spyware programma geïnstalleerd en werden wachtwoorden nauwelijks veranderd. De onderzoekers vermoeden dat dit komt doordat programma's de beveiliging steeds meer overnemen. Daardoor worden jongeren laks en naïef en doen 55-plussers onvoldoende vaardigheden op om de juiste beschermingsmaatregelen te nemen.
En dat terwijl ‘digicriminelen steeds inventiever worden en exact weten wat er achter de schermen van het internet gebeurt. Daarom blijven bewustwordingscampagnes van Digivaardig & Digibewust hard nodig om te waarschuwen voor de onveilige kanten van het internet.
Universiteit Twente
|